Ga naar hoofdinhoud
Onafhankelijk kennisplatform over Social Return (SROI)
Social Return Register

Wat vragen Nederlandse opdrachtgevers aan Social Return?

Van de tien arbeidsmarktregio's waarvan wij het beleid volledig uitzochten, vraagt niemand hetzelfde. De drempel loopt van 50.000 tot 300.000 euro, een kandidaat uit de Banenafspraak is 35.000 tot 50.000 euro waard, en vier van de tien rekenen helemaal niet met bouwblokken. Dezelfde 5 procent betekent daardoor in de ene regio iets heel anders dan in de andere.

Door Sem ReijgwartGepubliceerd Bijgewerkt Laatst gecontroleerd Redactioneel beleid
Op deze pagina (7)

In het kort

  • Drie regio's koppelen het percentage aan de arbeidsintensiteit van de opdracht, met dezelfde grens van 30 procent loonsom.
  • Het drempelbedrag loopt van 50.000 euro in Rijnmond tot 300.000 euro voor werken in Midden-Holland.
  • Hoe dichter een doelgroep bij de arbeidsmarkt staat, hoe verder de regio's uiteenlopen in wat die waard is.
  • Vier van de tien rekenen niet met bouwblokken: Drechtsteden schaft die methode per 2026 juist af en rekent met werkelijke kosten.
  • WIZZR is bij zes van de tien het systeem waarin je verantwoordt.

Waar dit op gebaseerd is

Wij lezen per arbeidsmarktregio het vastgestelde beleid in de landelijke regelgevingsbank en leggen de cijfers vast in ons eigen register. Op dit moment zijn dat tien regio's: Haaglanden en Zuid-Holland Centraal, Rijnmond, Midden-Holland, Zuidoost-Brabant, Helmond-De Peel, Zuid-Limburg, Zaanstreek-Waterland, Drechtsteden, Zuid-Kennemerland en IJmond, en Twente. Samen dekken ze tientallen gemeenten.

Wat hieronder staat komt uit die documenten, niet uit een enquête of een schatting. Waar een regio iets niet publiceert, zeggen wij dat, in plaats van het gat te vullen.

Op het percentage zijn ze het bijna eens

Dit is de uitkomst die het minst verrast: 5 procent is vrijwel overal de bovenkant. Wat opvalt, is dat drie regio's dat percentage op precies dezelfde manier tweedelen.

Zuidoost-Brabant, Helmond-De Peel en Zaanstreek-Waterland kijken alle drie niet naar de opdrachtsoort maar naar de arbeidsintensiteit, en leggen de grens op een loonsom van 30 procent van de opdrachtsom. Erboven 5 procent, eronder 2 procent. Diezelfde grens van 30 procent komt ook terug bij losse gemeenten in Haaglanden.

Midden-Holland doet als enige iets anders, en wel het omgekeerde van wat je zou verwachten: daar is het percentage bij diensten hoger dan bij werken, 5 tegen 2 procent. De reden staat in het beleid zelf. Er wordt daar over de contractwaarde gerekend en niet over de loonsom, en dat maakt eenzelfde percentage bij werken een veel zwaardere eis.

Op de drempel zijn ze het oneens

Hier begint de spreiding. Het bedrag waarboven Social Return verplicht wordt toegepast, verschilt met een factor zes.

ArbeidsmarktregioDrempel
Twentegeen harde ondergrens; boven € 100.000 waar mogelijk, daaronder soms ook
Rijnmond€ 50.000, voor alle opdrachtsoorten
Drechtsteden€ 100.000, uitdrukkelijk ook voor leveringen
Helmond-De Peel€ 100.000, plus een doorlooptijd van minstens drie maanden
Zuid-Limburg€ 100.000
Zuidoost-Brabant€ 125.000, plus een doorlooptijd van minstens drie maanden
Zuid-Kennemerland en IJmond€ 200.000, en ook leveringen zodra de arbeidscomponent 30 procent is
Midden-Holland€ 150.000 bij diensten, € 300.000 bij werken
Haaglanden en Zuid-Holland Centraalhet Europese drempelbedrag, dat periodiek wordt herzien
Zaanstreek-Waterlandgeen regionale drempel; elke gemeente stelt die zelf vast

Een opdracht van 80.000 euro valt in Rijnmond binnen de standaardverplichting en in vijf andere regio's erbuiten. Voor een aannemer die in meerdere regio's werkt, is dat het eerste wat je per opdracht moet nakijken.

De twee regio's onderaan de tabel verdienen aandacht, want daar bestaat het antwoord niet op regionaal niveau. Haaglanden hangt de drempel aan het Europese bedrag uit richtlijn 2014/24/EU, dat elke twee jaar wordt herzien en per opdrachtsoort verschilt. Zaanstreek-Waterland laat de keuze uitdrukkelijk aan de gemeente, met als reden dat de gemeenten in die regio sterk in omvang verschillen en een kleine gemeente een lagere drempel nodig heeft om nog impact te maken.

Op de waardering zijn ze het grondig oneens

Een percentage zegt pas iets als je weet hoe je het invult. Vier regio's publiceren een bouwblokkentabel met vaste waarden per doelgroep. Naast elkaar gelegd:

DoelgroepHaaglandenZuidoost-BrabantZaanstreek-WaterlandHelmond-De PeelZuid-Kennemerland en IJmond
Banenafspraak€ 50.000€ 45.000€ 40.000€ 35.000€ 45.000
Participatiewet€ 40.000€ 45.000€ 35.000€ 35.000€ 35.000
WIA€ 30.000€ 45.000€ 35.000€ 35.000€ 30.000
WW€ 20.000€ 30.000€ 15.000€ 30.000€ 15.000
Zonder uitkering€ 5.000€ 10.000€ 15.000niet apart benoemd€ 15.000
Bonus oudere kandidaat€ 10.000 vanaf 55 jaar€ 10.000 vanaf 55 jaar€ 10.000 vanaf 50 jaar€ 5.000 vanaf 50 jaar€ 10.000 vanaf 50 jaar

Daar zit een patroon in dat wij niet hadden verwacht. Hoe dichter een doelgroep bij de arbeidsmarkt staat, hoe verder de regio's uiteenlopen. Voor de banenafspraak zit er een factor 1,4 tussen de hoogste en de laagste waardering. Voor iemand met een WW-uitkering is dat een factor 2, en voor iemand zonder uitkering een factor 3.

Dat is verklaarbaar. Over de groep die evident ver van werk staat, bestaat weinig discussie. Over de vraag hoeveel inspanning het kost om iemand met een korte WW-periode aan het werk te helpen, kennelijk wel.

Het bedrag per jaar is trouwens maar de helft van het verhaal. Zuid-Kennemerland en IJmond zet een WW-kandidaat op 15.000 euro, de laagste waarde in de tabel, maar laat die drie jaar meetellen waar andere regio's één jaar aanhouden. Over een meerjarig contract levert dat meer op dan de 30.000 euro van Zuidoost-Brabant, die na één jaar stopt. Kijk dus altijd naar bedrag en meetelperiode samen.

De leeftijdsbonus laat hetzelfde zien. Zuidoost-Brabant hanteert twee treden, 5.000 euro vanaf 50 jaar en 10.000 euro vanaf 55, terwijl Helmond-De Peel het bij 5.000 euro vanaf 50 laat en Haaglanden pas vanaf 55 iets geeft, maar dan meteen het dubbele.

De helft rekent helemaal niet met blokken

Dit is de vergelijking die het vaakst misgaat. Zuid-Limburg vraagt net als de rest 5 procent van de opdrachtwaarde, maar bepaalt dat die 5 procent "dient te worden omgezet in werkgelegenheid voor de doelgroep". Geen tabel met fictieve waarden, dus geen mogelijkheid om met bouwblokken sneller aan je verplichting te komen dan de werkelijke inzet rechtvaardigt.

Rijnmond en Midden-Holland publiceren evenmin een tabel. In Rijnmond zit de waarderingssystematiek in een bestektekst die met de aanbestedingsstukken meekomt; in Midden-Holland is de invulling maatwerk, met inkoop bij Promen of Ferm Werk als expliciete route.

En Drechtsteden hád een bouwblokkentabel en schaft die per 1 januari 2026 juist af. Het beleidskader van die regio is er ondubbelzinnig over: "Het indelen van arbeid in 'categorieën' schaffen wij per 2026 af. De bouwblokkenmethode vervalt." Wat ervoor in de plaats komt is de werkelijke factuurwaarde of het werkelijke salaris, met een menukaart van vier invulopties in plaats van een tabel met inspanningswaarden.

Dat is de eerste beweging in tegengestelde richting die wij zien. Voor een opdrachtnemer verandert het de rekensom fundamenteel: een kandidaat uit de Banenafspraak dekt in Haaglanden 50.000 euro aan verplichting af, ongeacht wat die kandidaat kost, terwijl je in de Drechtsteden vanaf 2026 alleen opvoert wat je daadwerkelijk hebt uitgegeven.

Praktisch betekent dat het volgende: 5 procent in Zuid-Limburg is een zwaardere eis dan 5 procent in Haaglanden, ook al staat er hetzelfde getal. In Haaglanden dekt één kandidaat uit de banenafspraak 50.000 euro aan verplichting af, ongeacht wat die kandidaat feitelijk kost. In Zuid-Limburg moet de werkgelegenheid er daadwerkelijk zijn.

Waar je verantwoordt

Bij zes van de tien regio's, Rijnmond, Zuidoost-Brabant, Helmond-De Peel, Drechtsteden, Zuid-Kennemerland en IJmond, en Twente, gaat de verantwoording via WIZZR. De andere vier noemen geen systeem bij naam in hun beleid. Dat betekent niet dat er geen systeem is; het betekent dat je het per opdracht moet navragen.

Wat wij hieruit concluderen

Er is geen landelijk Social Return-beleid, en er is ook geen stilzwijgende landelijke standaard. PIANOo stelt dat de inzet van Social Return geen Europeesrechtelijke verplichting is; wat er dan overblijft, is tien regio's die elk hun eigen antwoord hebben geformuleerd op dezelfde vraag.

Nergens is dat zo zichtbaar als bij de PSO. Helmond-De Peel laat een certificaat vanaf trede 2 de hele verplichting vervangen. Zuid-Kennemerland en IJmond doet hetzelfde vanaf trede 2 en geeft bij trede 1 de helft korting. Zaanstreek-Waterland kent een staffel van 10 tot 50 procent. Twente geeft geen korting maar meer kans op een uitnodiging voor een onderhandse aanbesteding. En Drechtsteden sluit keurmerken uitdrukkelijk uit als bewijsmiddel. Vijf regio's, vijf antwoorden op de vraag wat een landelijk keurmerk waard is.

Ze bewegen ook niet dezelfde kant op. Terwijl Helmond-De Peel in 2024 zijn bouwblokwaarden verhoogde en de PSO-korting verruimde tot een volledige vrijstelling, schaft Drechtsteden per 2026 de bouwblokken af en sluit het PSO-keurmerken uitdrukkelijk uit als bewijsmiddel. Dat zijn twee regio's die op hetzelfde moment tegengestelde conclusies trekken uit dezelfde ervaring.

Voor een opdrachtnemer heeft dat één praktische consequentie. Ga nooit uit van de spelregels van de vorige opdracht, ook niet in de buurgemeente. Geldrop-Mierlo en Eindhoven grenzen aan elkaar en volgen twee verschillende regionale kaders, met een drempel van 100.000 tegenover 125.000 euro en bouwblokken van 35.000 tegenover 45.000 euro voor dezelfde kandidaat.

En reken niets dubbel. Zaanstreek-Waterland verbiedt uitdrukkelijk dat een kandidaat die in een andere gemeente al is meegerekend, voor dezelfde periode nog eens wordt opgevoerd. Diezelfde regel komt in bijna elk protocol terug.

Veelgestelde vragen

Welke arbeidsmarktregio vraagt het meest aan Social Return?
Dat hangt af van je opdracht. Op percentage ontlopen de regio's elkaar weinig: vrijwel overal is 5 procent de bovenkant. Het verschil zit in de drempel en in de waardering. Rijnmond begint al bij 50.000 euro, waar Midden-Holland pas bij 300.000 euro voor werken instapt. En in Haaglanden vul je diezelfde verplichting sneller in, omdat de bouwblokken daar het hoogst zijn.
Is 5 procent het landelijke Social Return-percentage?
Er is geen landelijk percentage; PIANOo stelt dat Social Return geen Europeesrechtelijke verplichting is. Wel is 5 procent in de praktijk de meest voorkomende bovengrens. Zes van de tien regio's die wij uitzochten komen op 5 procent uit voor arbeidsintensieve opdrachten. De tweede trede van 2 procent voor arbeidsextensieve opdrachten is bijna net zo gangbaar.
Waarom verschillen de bouwblokwaarden zo sterk?
Omdat een bouwblokwaarde geen loonkosten weergeeft maar een inschatting van de inspanning die een doelgroep kost, en die inschatting maakt elke regio zelf. Bij de groepen die het verst van de arbeidsmarkt staan liggen de waarden dicht bij elkaar; bij groepen die er dichtbij staan lopen ze uiteen met een factor drie.
Telt mijn invulling in de ene regio ook in de andere?
Nee, en meerdere regio's verbieden dat expliciet. Zaanstreek-Waterland bepaalt dat kandidaten die in andere gemeenten al zijn meegerekend, niet opnieuw voor dezelfde periode mogen worden opgevoerd. Reken per opdracht, en houd de administratie gescheiden.

Bronnen

Elke feitelijke claim op deze pagina steunt op een van deze bronnen. Staat er iets niet bij, dan hebben wij het niet kunnen bevestigen en staat het er niet. Zo controleren wij een bron, en klopt er iets niet, geef het door.

  1. Beleidskader SROI 2024-2027, Arbeidsmarktregio Helmond-De PeelGemeente Helmond, via lokaleregelgeving.overheid.nl · · geraadpleegd op SROI wordt in ieder geval - mits proportioneel - toegepast bij overeenkomsten met een opdrachtsom van tenminste €100.000,- exclusief BTW.
  2. Uitvoeringsprotocol social return on investment Zaanstreek-Waterland 2020Gemeente Zaanstad, via lokaleregelgeving.overheid.nl · · geraadpleegd op Het is niet toegestaan om kandidaten die in andere gemeenten zijn meegerekend voor de invulling van een SROI-verplichting, opnieuw mee te rekenen voor dezelfde periode.
  3. Beleid en Uitvoeringsvoorwaarden social return arbeidsmarktregio Zuidoost Brabant 2026Gemeente Eindhoven, via lokaleregelgeving.overheid.nl · geraadpleegd op Bij arbeidsintensieve opdrachten, opdrachten met een loonsom van minstens 30% van de totale opdrachtwaarde, geldt de richtlijn van 5% van de opdrachtwaarde exclusief BTW.
  4. Beleidsregels Social Return Arbeidsmarktregio Zuid-Limburg 2020Gemeente Maastricht, via lokaleregelgeving.overheid.nl · geraadpleegd op Wanneer social return wordt toegepast dient 5% van de opdrachtwaarde te worden omgezet in werkgelegenheid voor de doelgroep van social return.
  5. Regionaal Social Return beleid 2023-2027Gemeente Maassluis, via lokaleregelgeving.overheid.nl · geraadpleegd op De toepassing van social return met een drempelbedrag vanaf € 50.000,-
  6. Social Return Arbeidsmarktregio Midden-HollandGemeente Gouda, via lokaleregelgeving.overheid.nl · geraadpleegd op De toepassing van social return op de opdracht of aanbesteding boven de drempelwaarde is verplicht (uitzonderingen daargelaten) en onder de drempelwaarde facultatief. Drempelwaarde Diensten: > € 150.000 Drempelwaarde Werken: > € 300.000.
  7. Visie: social returnPIANOo, Expertisecentrum Aanbesteden · geraadpleegd op
  8. Social Return on Investment (SRoI) Beleidskader Drechtsteden 2026Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, via lokaleregelgeving.overheid.nl · · geraadpleegd op Vanaf 1 januari 2026 wordt de verplichting gebaseerd op werkelijke kosten, zoals de factuurwaarde of salaris. In de Drechtsteden geloven we in het gelijkwaardig benutten van alle potentie. Het indelen van arbeid in 'categorieën' schaffen wij per 2026 af. De bouwblokkenmethode vervalt.
  9. Beleidsregels SROI 2021 Haarlem, met het regionale protocol als bijlage 1Gemeente Haarlem, via lokaleregelgeving.overheid.nl · · geraadpleegd op WW € 15.000 3 jaar Werkzoekende NUGGERS € 15.000 1 jaar WIA/WAO € 30.000 5 jaar Participatiewet (niet arbeidsbeperkten) € 35.000 5 jaar WSW detachering € 35.000 altijd WSW-er in dienst nemen € 40.000 altijd Wajong (UWV) € 40.000 altijd Garantiebaan € 45.000 altijd.