Ga naar hoofdinhoud
Onafhankelijk kennisplatform over Social Return (SROI)
Social Return Register

Social Return in je contractvoorwaarden

De Rijksoverheid heeft vier kant-en-klare social return-teksten liggen: een eis, een gunningscriterium, een contractbepaling over de rapportage en een suggestie om maatwerk te onderzoeken. Ze staan hieronder letterlijk. In alle vier zit minstens één plek waar de inkoper zelf iets moet invullen, en juist die keuze bepaalt wat de opdrachtnemer moet leveren.

Door Sem ReijgwartGepubliceerd Laatst gecontroleerd Redactioneel beleid
Op deze pagina (5)

In het kort

  • De vier criteria zijn in alle 44 productgroepen met een onderwerp Social Return woordelijk gelijk.
  • De eis en het gunningscriterium sluiten elkaar niet uit: het beleid van Twente noemt de combinatie als een van de varianten.
  • Elke tekst bevat een [x] die de inkoper invult, en die keuze bepaalt de grondslag waarover gerekend wordt.
  • De contractbepaling schrijft vijf gegevens voor die de opdrachtnemer periodiek moet aanleveren.
  • Wat de rijksteksten niet regelen, regelt de opdrachtgever zelf: meetelperiode, bewijsstukken en de boete.

Vier teksten, en wat elk ervan doet

De MVI-criteriatool van de Rijksoverheid bevat kant-en-klare inkoopcriteria per productgroep. Voor social return zijn dat er vier, en ze zijn in alle 44 productgroepen met een onderwerp Social Return woordelijk gelijk. Wie een contract opstelt hoeft dus niets te bedenken; de keuze zit in welke van de vier je gebruikt en wat je invult.

CriteriumTypeWat het doet
Minimaal 5% social return is vereistEisGeldt voor iedereen die de opdracht krijgt, en telt niet mee in de beoordeling
Een hoger percentage dan 5% wordt hoger gewaardeerdGunningscriteriumWeegt mee bij het vergelijken van inschrijvingen; wie meer biedt, scoort hoger
De opdrachtnemer rapporteert over de uitvoerContractbepalingRegelt de verantwoording achteraf
Onderzoek maatwerk oplossingenSuggestieWijst naar Maatwerk voor Mensen, de vormvrijere rijkswerkwijze

Eis en gunningscriterium sluiten elkaar niet uit. De beleidsnotitie van de veertien Twentse gemeenten noemt drie varianten: als uitvoeringsvoorwaarde, als gunningscriterium, of als gunningscriterium in combinatie met een uitvoeringsvoorwaarde. Wat dat verschil juridisch betekent staat bij de uitvoeringsvoorwaarde en bij het gunningscriterium.

De eis, letterlijk

De opdrachtnemer hanteert voor de uitvoering van de opdracht een norm van 5% social return op de [x]. De opdrachtnemer dient [x] na contractsluiting een plan van aanpak in waarin wordt beschreven op welke manier invulling wordt gegeven aan deze eis. De invulling dient een relatie te hebben met de opdracht, maar hoeft niet in alle gevallen op locaties van de opdrachtnemer te geschieden. In het plan van aanpak moet ook worden beschreven op welke wijze voorkomen wordt dat er verdringing van personeel plaatsvindt door medewerkers uit de doelgroep social return.

Er staan drie dingen in die je makkelijk overleest.

De invulling hoeft niet op je eigen locatie. Dat staat er met zoveel woorden, en het opent de route van inkopen bij een sociale onderneming of een sw-bedrijf. Wat wel moet blijven bestaan is de relatie met de opdracht.

Verdringing moet je zelf adresseren. Niet als losse verklaring, maar als onderdeel van het plan van aanpak. Zie verdringing voor wat opdrachtgevers daaronder verstaan.

Het plan van aanpak komt ná contractsluiting. Dat is precies het verschil met een gunningscriterium, waar je je plan vóór de gunning indient en eraan gehouden wordt.

Waar je zelf iets invult

In elke tekst staat minstens één [x]. De toelichting is er kort over: vul op die plaats loonsom, aanneemsom of het aantal in te zetten uren in. In de eis komt [x] drie keer voor, waarvan één keer voor iets anders: de termijn waarbinnen het plan van aanpak moet worden ingediend.

Die eerste keuze is de belangrijkste van het hele contract. Vijf procent van de loonsom en vijf procent van de aanneemsom lijken hetzelfde en schelen bij een materiaalzwaar werk een factor drie of meer. Bij welke opdrachtgevers dat verschil in de praktijk optreedt, staat in Social Return in de bouw.

De verantwoording

De contractbepaling schrijft voor wat de opdrachtnemer periodiek aanlevert, op basis van een verantwoordingsformulier:

  • het totaal aantal ingezette medewerkers, als aantal personen en zonder naam vanwege de AVG
  • de periode waarin zij zijn ingezet
  • een indicatie van de doelgroep, bijvoorbeeld WWB, WSW of WIA
  • het wervingskanaal, bijvoorbeeld de gemeente of het UWV
  • de over die periode gehaalde waarde

Twee kanttekeningen. De doelgroepaanduiding in deze tekst is verouderd: de WWB heet sinds 1 januari 2015 Participatiewet. Welke doelgroepen er precies meetellen en waar opdrachtgevers van elkaar afwijken, staat bij doelgroepen. En de bepaling zegt niets over hoe je aanlevert; veel opdrachtgevers schrijven daarvoor een eigen systeem voor, waarvan WIZZR in Nederland de meest gebruikte is.

Wat deze teksten niet regelen

Dit is de reden dat een contract zelden alleen uit rijksteksten bestaat. Vier dingen die een opdrachtnemer wél moet weten, staan er niet in:

  • Hoe lang een kandidaat meetelt. De meetelperiode verschilt per doelgroep en per opdrachtgever, van twaalf maanden tot zolang een indicatie geldt.
  • Wat een invulling waard is. De rijksteksten kennen alleen een percentage; veel opdrachtgevers rekenen met een bouwblokkentabel waarin elke inzet een vaste waarde in euro's heeft.
  • Welke bewijsstukken gelden. Een arbeidsovereenkomst, loonstroken, een doelgroepverklaring: dat legt de opdrachtgever vast, niet het rijkscriterium.
  • Wat er gebeurt als het niet lukt. De boete of korting staat in het beleid van de opdrachtgever en in de contractuele bepalingen. Wat acht opdrachtgevers daarover schrijven, staat bij wat er gebeurt als je Social Return niet haalt.

Ook goed om te weten voordat je een van deze teksten opneemt: social return is volgens PIANOo geen Europeesrechtelijke verplichting voor aanbestedende diensten. Een opdrachtgever kiest er dus zelf voor, en kan de vorm ook zelf bepalen.

Veelgestelde vragen

Moet ik deze teksten letterlijk overnemen?
Nee, maar het scheelt werk en discussie. De criteria zijn geschreven voor rijksaanbestedingen en de toelichting zegt er zelf bij dat veel gemeenten en andere overheden een eigen beleid hebben. Neem je ze over, controleer dan of ze passen bij je eigen beleidsregels, want anders staat er in het contract iets anders dan in het beleid waar je naar verwijst.
Wat vul ik in op de plek van [x]?
Loonsom, aanneemsom of het aantal in te zetten uren. Dat staat zo in de toelichting bij het criterium. Het is de belangrijkste keuze in de hele tekst: 5 procent van de loonsom is bij een materiaalzwaar werk een fractie van 5 procent van de aanneemsom. In de eis komt [x] drie keer voor, waarvan één keer voor de termijn waarbinnen het plan van aanpak moet worden ingediend.
Kan ik de eis en het gunningscriterium samen gebruiken?
Ja. De beleidsnotitie van de veertien Twentse gemeenten noemt drie varianten: social return als uitvoeringsvoorwaarde, als gunningscriterium, of als gunningscriterium in combinatie met een uitvoeringsvoorwaarde. Twente kiest zelf voor de uitvoeringsvoorwaarde.
Wat moet de opdrachtnemer aanleveren?
De contractbepaling noemt vijf gegevens: het totaal aantal ingezette medewerkers zonder naam vanwege de AVG, de periode van inzet, een indicatie van de doelgroep, het wervingskanaal en de over die periode gehaalde waarde. Veel opdrachtgevers laten dat via een eigen systeem lopen; in Nederland is WIZZR daarvan de meest gebruikte.
Regelen deze teksten alles?
Nee, en dat is de belangrijkste beperking. Er staat niets in over hoe lang een kandidaat meetelt, welke bewijsstukken je moet aanleveren en wat er gebeurt als de verplichting niet wordt gehaald. Dat regelt elke opdrachtgever zelf, en juist daar lopen de verschillen op.

Bronnen

Elke feitelijke claim op deze pagina steunt op een van deze bronnen. Staat er iets niet bij, dan hebben wij het niet kunnen bevestigen en staat het er niet. Zo controleren wij een bron, en klopt er iets niet, geef het door.

  1. MVI-criteriatool, criterium 001.029, eis "Minimaal 5% social return is vereist"Rijksoverheid, MVI-criteriatool · · geraadpleegd op De opdrachtnemer hanteert voor de uitvoering van de opdracht een norm van 5% social return op de [x]. De opdrachtnemer dient [x] na contractsluiting een plan van aanpak in waarin wordt beschreven op welke manier invulling wordt gegeven aan deze eis. De invulling dient een relatie te hebben met de opdracht, maar hoeft niet in alle gevallen op locaties van de opdrachtnemer te geschieden. In het plan van aanpak moet ook worden beschreven op welke wijze voorkomen wordt dat er verdringing van personeel plaatsvindt door medewerkers uit de doelgroep social return.
  2. MVI-criteriatool, criterium 001.030, gunningscriterium "Een hoger percentage dan 5% social return wordt hoger gewaardeerd" Rijksoverheid, MVI-criteriatool · · geraadpleegd op Naarmate de inschrijver voor de uitvoering van de opdracht een hoger percentage dan 5% social return op de [x] aanbiedt, wordt de inschrijving hoger gewaardeerd. De inschrijver dient in een plan van aanpak aan te geven in hoeverre hij zekerheid kan verschaffen dat de social return ook daadwerkelijk kan worden ingezet bij de opdracht.
  3. MVI-criteriatool, criterium 001.032, contractbepaling "De opdrachtnemer rapporteert over de uitvoer van social return" Rijksoverheid, MVI-criteriatool · · geraadpleegd op De opdrachtnemer dient periodiek te rapporteren over de uitvoer van social return op basis van een verantwoordingsformulier conform onderstaande aspecten: totaal aantal ingezette SR medewerkers (persoon, geen naam vanwege AVG); periode van inzet SR medewerkers; indicatie ingezette medewerkers (bijv. WWB, WSW, WIA etc.); wervingskanaal (bijv. gemeente, UWV etc.); over deze periode gehaalde waarde van de [x]. Vul op de plaats van [x] in: loonsom, aanneemsom of het aantal in te zetten uren.
  4. MVI-criteriatool, criterium 001.031, suggestie "Onderzoek maatwerk oplossingen voor social return" Rijksoverheid, MVI-criteriatool · · geraadpleegd op Maatwerk voor Mensen is de werkwijze social return voor de Rijksoverheid. De werkwijze biedt ruimte voor een vormvrijere invulling en de mogelijkheid voor maatwerk. Het streefpercentage is 5% van de totale waarde van opdrachten binnen de categorie/markt/sector.
  5. Maatwerk voor MensenRijksoverheid · geraadpleegd op De werkwijze waarnaar criterium 001.031 verwijst, met praktijkvoorbeelden en proeftuinen.
  6. Beleidsnotitie Social Return On Investment (SROI) van 14 Twentse gemeentenGemeente Wierden, via lokaleregelgeving.overheid.nl · geraadpleegd op Er zijn meerdere varianten: 1) SROI als uitvoeringsvoorwaarde (contracteis). Soms SROI als 2) gunningscriterium of 3) als gunningscriterium in combinatie met uitvoeringsvoorwaarde. Regio Twente kiest voor SROI als uitvoeringsvoorwaarde.
  7. Visie op social returnPIANOo, Expertisecentrum Aanbesteden · geraadpleegd op De inzet van social return is geen Europeesrechtelijke verplichting voor aanbestedende diensten.