Ga naar hoofdinhoud
Onafhankelijk kennisplatform over Social Return (SROI)
Social Return Register

Social Return bij energie en installatie

Energie is de scherpste testcase van het hele vakgebied: de opdrachtsom is enorm en de loonsom bijna nul. Wie stroom of gas levert, levert nauwelijks arbeid. Toch heeft het Rijk voor Elektriciteit en Gas dezelfde eis van 5 procent klaarliggen als voor schoonmaak. Of dat percentage over de opdrachtwaarde of over de loonsom gaat, is hier dus geen detail maar het hele verschil. Bij installatiewerk, van openbare verlichting tot verkeersregelinstallaties, draait het precies om.

Door Sem ReijgwartGepubliceerd Laatst gecontroleerd Redactioneel beleid

Eén contract, twee totaal verschillende uitkomsten

Neem een raamovereenkomst voor de levering van elektriciteit van vier miljoen euro. Gaat de eis over de opdrachtwaarde, dan is de verplichting 200.000 euro. Gaat hij over de loonsom, dan gaat het over de handvol accountmanagers en administratieve krachten die aan dat contract werken, en blijft er een fractie van over. Dezelfde regel, hetzelfde percentage, een verschil van meer dan een orde van grootte.

Bij een bouwproject is dat verschil er ook, maar daar zit de loonsom vaak nog altijd op tientallen procenten van de aanneemsom. Bij een energielevering is de arbeidscomponent zo klein dat de grondslag de uitkomst bepaalt. Daarom staat op deze pagina niet wie hoeveel vraagt, maar waarover hij rekent.

De rekengrondslag per opdrachtgever, zoals die in het beleid staat. Gemeenten die het beleid van hun arbeidsmarktregio volgen staan in de regel van die regio.
OpdrachtgeverRekengrondslagWat het beleid zegt
Drechtsteden7 gemeentenopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Fryslân1 gemeentenopdrachtwaarde
  • De minimumeis bij elke aanbesteding die als Social Return-project is aangemerkt: 2% van de opdrachtwaarde
  • Social Return als subgunningscriterium, waarop je een hoger percentage kunt offreren: 2 tot 5% van de opdrachtwaarde
Helmond-De Peel6 gemeentenopdrachtwaarde, per opdracht bepaald
  • Arbeidsintensieve opdrachten, waarbij het arbeidsdeel minstens 30 procent van de opdrachtsom is: 5% van de opdrachtwaarde
  • Arbeidsextensieve opdrachten, waarbij de loonsom minder dan 30 procent van de opdrachtsom is: 2% van de opdrachtwaarde
  • Opdrachten onder 100.000 euro of met een doorlooptijd korter dan drie maanden: 0% per opdracht bepaald
Midden-Hollandarbeidsmarktregioopdrachtwaarde
  • Diensten met een contractwaarde boven € 150.000: 5% van de opdrachtwaarde
  • Werken met een contractwaarde boven € 300.000: 2% van de opdrachtwaarde
Midden-Limburg8 gemeentenopdrachtwaarde
  • Arbeidsintensieve leveringen, diensten en werken vanaf € 100.000 exclusief btw, waarbij het arbeidsdeel ten minste 30 procent van de opdrachtsom beslaat: 5% van de opdrachtwaarde
  • Arbeidsextensieve leveringen, diensten en werken vanaf € 100.000 exclusief btw, waarbij de loonsom minder dan 30 procent van de opdrachtsom beslaat: 2% van de opdrachtwaarde
  • Wmo- en jeugddienstverlening vanaf een omzetwaarde van € 350.000 exclusief btw per jaar: 5% van de opdrachtwaarde
Noordoost-Brabant10 gemeentenopdrachtwaarde
  • Arbeidsintensieve opdrachten, met een loonsom van minstens 30 procent van de opdrachtwaarde: 5% van de opdrachtwaarde
  • Arbeidsextensieve opdrachten, waarbij de loonsom minder dan 30 procent van de opdrachtwaarde is: 2% van de opdrachtwaarde
Twente14 gemeentenopdrachtwaarde, per opdracht bepaald
  • Arbeidsintensieve opdrachten voor werken, diensten en leveringen: 5% van de opdrachtwaarde
  • Kapitaalintensieve opdrachten met meer dan 70 procent materiaalkosten en minder dan 30 procent personeelskosten: 2% van de opdrachtwaarde
  • Gesubsidieerde instellingen met een subsidie boven € 100.000 per jaar: 0% per opdracht bepaald
Zaanstreek-Waterland7 gemeentenopdrachtwaarde
  • Opdrachten waarbij de loonsom meer dan 30 procent van de aanneemsom is: 5% van de opdrachtwaarde
  • Opdrachten waarbij de loonsom minder dan 30 procent van de aanneemsom is: 2% van de opdrachtwaarde
Zuid-Kennemerland en IJmond7 gemeentenopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Zuid-Limburg16 gemeentenopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Zuidoost-Brabant13 gemeentenopdrachtwaarde
  • Arbeidsintensieve opdrachten, met een loonsom van minstens 30 procent van de opdrachtwaarde: 5% van de opdrachtwaarde
  • Arbeidsextensieve opdrachten, met een loonsom onder 30 procent van de opdrachtwaarde: 2% van de opdrachtwaarde
Albrandswaardeigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Amersfoorteigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Amsterdameigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Apeldoorneigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Bodegraven-Reeuwijkeigen beleidopdrachtwaarde
  • Dienstverlening met een aanneemsom vanaf € 150.000: 5% van de opdrachtwaarde
  • Werken met een aanneemsom vanaf € 300.000: 2% van de opdrachtwaarde
Bredaeigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Delfteigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Den Boscheigen beleidopdrachtwaarde
  • Arbeidsintensieve opdrachten, met een loonsom van minstens 30 procent van de opdrachtwaarde: 5% van de opdrachtwaarde
  • Arbeidsextensieve opdrachten, met een loonsom onder 30 procent van de opdrachtwaarde: 2% van de opdrachtwaarde
Den Haageigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Eijsden-Margrateneigen beleidopdrachtwaarde
  • Arbeidsintensieve opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
  • Arbeidsextensieve opdrachten: 2% van de opdrachtwaarde
Haarlemeigen beleidloonsom, opdrachtwaarde
  • Aanbestedingen voor werken en diensten vanaf € 200.000 exclusief btw: 5% van de opdrachtwaarde
  • Subsidies vanaf € 500.000: 5% van de loonsom
  • Complexe verkopen van gemeentelijk vastgoed: 5% van de opdrachtwaarde
Hoeksche Waardeigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Katwijkeigen beleidloonsom, opdrachtwaarde
  • De 5%-regeling, het uitgangspunt bij een gewone opdracht: 5% van de opdrachtwaarde
  • Opdrachten met een hoge leveringscomponent, waarbij de factor arbeid minder inzichtelijk is: 7% van de loonsom
Lansingerlandeigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Leidschendam-Voorburgeigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Midden-Delflandeigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Nijmegeneigen beleidopdrachtwaarde, per opdracht bepaald
  • In beginsel, bij aanbestedingen van de gemeente: 5% van de opdrachtwaarde
  • Projecten met een grote toeleveringscomponent: 7% per opdracht bepaald
Oldenzaaleigen beleidopdrachtwaarde
  • Opdrachten waarbij de loonsom ten minste 30 procent van de opdrachtwaarde is: 5% van de opdrachtwaarde
  • Opdrachten waarbij de loonsom minder is dan 30 procent van de totale opdrachtwaarde: 2% van de opdrachtwaarde
Oost Gelreeigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Rijswijkeigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Soesteigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Utrechteigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Veenendaaleigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Voorschoteneigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Wassenaareigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Westlandeigen beleidloonsom, opdrachtwaarde
  • Diensten met een geraamde opdrachtwaarde boven € 100.000: 3% van de opdrachtwaarde
  • Werken met een geraamde opdrachtwaarde boven € 500.000: 5% van de loonsom
  • Als gunningscriterium bij opdrachten waar Social Return zeer kansrijk is: 5%
Zoetermeereigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle aanbestedingen behalve enkelvoudig onderhandse: 1 tot 10% van de opdrachtwaarde
Bedrijfsvoeringseenheid Bommelerwaardeigen beleidopdrachtwaarde
  • Leveringen en diensten boven € 150.000 exclusief btw: 2% van de opdrachtwaarde
  • Werken boven € 250.000: 2% van de opdrachtwaarde
De BedrijfsvoeringsPartnereigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Fijndereigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
GR Peelgemeenteneigen beleidopdrachtwaarde, per opdracht bepaald
  • Arbeidsintensieve opdrachten, waarbij het arbeidsdeel minstens 30 procent van de opdrachtsom is: 5% van de opdrachtwaarde
  • Arbeidsextensieve opdrachten, waarbij de loonsom minder dan 30 procent van de opdrachtsom is: 2% van de opdrachtwaarde
  • Opdrachten onder 100.000 euro of met een doorlooptijd korter dan drie maanden: 0% per opdracht bepaald
Industrieschap Medeleigen beleidopdrachtwaarde
  • Leveringen en diensten boven € 100.000 exclusief btw: 2% van de opdrachtwaarde
  • Werken boven € 200.000: 2% van de opdrachtwaarde
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuideigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Provincie Gelderlandeigen beleidloonsom, opdrachtwaarde
  • Leveringen en diensten vanaf een opdrachtwaarde van € 100.000 exclusief btw: 5% van de opdrachtwaarde
  • Werken vanaf een opdrachtwaarde van € 100.000 exclusief btw: 5% van de loonsom
Provincie Groningeneigen beleidopdrachtwaarde, per opdracht bepaald
  • Diensten boven de Europese aanbestedingsdrempel: 2% van de opdrachtwaarde
  • Arbeidsintensieve werken met een loonsom boven 30 procent, vanaf € 250.000: 5% van de opdrachtwaarde
  • Kapitaalintensieve werken met een loonsom onder 30 procent, vanaf € 1.000.000: 2% van de opdrachtwaarde
  • Leveringen: 0% per opdracht bepaald
Provincie Noord-Hollandeigen beleidopdrachtwaarde
  • Diensten en werken, per aanbesteding vastgesteld: 1 tot 7% van de opdrachtwaarde
Regionale Belasting Groepeigen beleidopdrachtwaarde
  • Diensten, als standaardeis in de algemene inkoopvoorwaarden: 5% van de opdrachtwaarde
Rogpluseigen beleidopdrachtwaarde
  • Aanbestedingen van Rogplus, als uitgangspunt: 5% van de opdrachtwaarde
  • Aanbestedingen waarbij de omstandigheden een lager percentage vereisen: 2% van de opdrachtwaarde
Veiligheidsregio Brabant-Noordeigen beleidopdrachtwaarde
  • Arbeidsintensieve opdrachten boven het Europese drempelbedrag: 5% van de opdrachtwaarde
  • Arbeidsextensieve opdrachten boven het Europese drempelbedrag: 2% van de opdrachtwaarde
Waterschap Rivierenlandeigen beleidloonsom, opdrachtwaarde, per opdracht bepaald
  • Diensten met meer dan 5 procent personeelskosten, vanaf de Europese drempel: 5% van de loonsom
  • Werken met meer dan 5 procent personeelskosten, vanaf de nationale drempel: 5% van de opdrachtwaarde
  • Leveringen: 0% per opdracht bepaald
Werk en Inkomen Lekstroomeigen beleidopdrachtwaarde
  • Alle opdrachten: 5% van de opdrachtwaarde
Woonbroneigen beleidloonsom
  • Alle opdrachten: 5% van de loonsom

De loonsom als grondslag is zeldzaam, en juist hier gunstig

6 opdrachtgevers in ons register rekenen een deel van de verplichting over de loonsom in plaats van over de opdrachtwaarde: Haarlem, Katwijk, Westland, Provincie Gelderland, Waterschap Rivierenland en Woonbron. Voor wie arbeidsintensief werk levert is dat ongunstig, want de loonsom is dan bijna de hele opdracht. Voor wie energie levert is het precies andersom: daar is de loonsom het kleinste getal in de hele overeenkomst.

Twee opdrachtgevers halveren de eis als er weinig arbeid in zit

De arbeidsmarktregio Midden-Limburg is de enige in ons register die er een tweede percentage tegenover zet. Beslaat het arbeidsdeel ten minste 30 procent van de opdrachtsom, dan geldt 5 procent; ligt de loonsom daaronder, dan geldt 2 procent. Een energiecontract valt vrijwel altijd in die tweede categorie. Elders vervalt de eis bij een lage arbeidscomponent helemaal, of blijft het volle percentage staan; deze tussenweg komen wij verder nergens tegen.

Let op wie die berekening moet maken. Het beleid van Midden-Limburg legt de verantwoordelijkheid voor het bepalen van het arbeidsdeel uitdrukkelijk bij de inschrijver. Reken dat dus uit vóór je inschrijft, en leg vast hoe je eraan komt.

Vraag bij een energieaanbesteding altijd de grondslag na

De aanbestedingsstukken noemen vaak wel het percentage maar niet waarover het gaat. Bij een gewone dienst maakt dat een verschil van tientallen procenten; bij een energielevering een verschil van een factor tien of meer. Stel de vraag in de nota van inlichtingen, want na gunning ligt het vast. De calculator rekent beide varianten door met de bouwblokken van je eigen opdrachtgever.

Installatiewerk is gewoon werk, en valt in het hoge tarief

Zodra het over openbare verlichting, verkeersregelinstallaties, kabels en leidingen of gemalen gaat, is er geen bijzonderheid meer: dat zijn werken met monteurs, gravers en projectleiders erop, en daar geldt hetzelfde regime als in de bouw. Wie zowel de installatie als de energielevering in één overeenkomst aanbiedt, kan daardoor met twee regimes tegelijk te maken krijgen, net als bij een gemengd ICT-contract.

Het Rijk maakt geen uitzondering voor energie

Zes van de 44 productgroepen in de MVI-criteriatool met een onderwerp Social Return gaan over deze sector:

  • Elektriciteit (levering)
  • Gas (levering)
  • Openbare verlichting (werk)
  • Verkeersregelinstallaties (werk)
  • Kabels en leidingen (werk)
  • Gemalen (werk)

In alle zes staat dezelfde eis van minimaal 5 procent social return als in de 38 andere productgroepen. Opvallend is wat de criteriumtekst zélf openlaat: de eis luidt letterlijk “een norm van 5% social return op de [x]”, met als toelichting voor de inkoper om op die plek loonsom, aanneemsom of het aantal in te zetten uren in te vullen. De rijkscriteria schrijven de grondslag dus niet voor; ze laten precies de variabele open die bij energie het meeste uitmaakt. Wat er verder in die vier teksten staat, lees je bij contractvoorwaarden.

Wat je hiermee doet

Zoek eerst uit waarover gerekend wordt, dan pas hoeveel. Staat er een percentage van de opdrachtwaarde op een energielevering, reken dan uit wat dat in euro's betekent en of dat proportioneel is; dat is een gesprek dat vóór inschrijving hoort. Het beleid van je eigen opdrachtgever staat bij de gemeenten, de arbeidsmarktregio's en de publieke opdrachtgevers. Wat elke invulling waard is staat bij bouwblokken vergeleken.

Veelgestelde vragen over Social Return bij energie en installatie

Geldt Social Return ook bij de inkoop van elektriciteit en gas?
Bij het Rijk wel. Elektriciteit en Gas zijn twee van de 44 productgroepen in de MVI-criteriatool met een onderwerp Social Return, en daar staat dezelfde eis van minimaal 5 procent in als bij schoonmaak of catering. Of jouw opdrachtgever die eis ook stelt, en waarover hij dan rekent, staat in zijn eigen beleid.
Waarover wordt het percentage bij een energiecontract berekend?
Dat is precies de vraag die je moet stellen, want de aanbestedingsstukken noemen vaak wel het percentage en niet de grondslag. Gaat het over de opdrachtwaarde, dan is 5 procent van een energiecontract van vier miljoen euro 200.000 euro aan verplichting. Gaat het over de loonsom, dan gaat het alleen over de mensen die aan dat contract werken, en dat is bij een levering een fractie daarvan.
Mijn opdracht is kapitaalintensief. Vervalt de eis dan?
Soms wel en soms niet. Er zijn opdrachtgevers die bij een lage arbeidscomponent geen Social Return vragen, er zijn er die het volle percentage laten staan, en de arbeidsmarktregio Midden-Limburg kiest als enige in ons register een tussenweg: 5 procent als het arbeidsdeel minstens 30 procent van de opdrachtsom is, en 2 procent daaronder. Daar berekent de inschrijver zelf in welke categorie zijn opdracht valt.
Geldt voor openbare verlichting en verkeersregelinstallaties iets anders?
Nee, dat zijn werken. Daarvoor geldt hetzelfde regime als in de bouw: doorgaans een hogere drempel dan bij diensten, en bij een deel van de opdrachtgevers de loonsom als grondslag. Het bijzondere zit alleen bij de levering van energie zelf, waar de arbeidscomponent vrijwel ontbreekt.
Schrijven de rijkscriteria voor waarover gerekend moet worden?
Nee. De eis in de MVI-criteriatool luidt letterlijk dat de opdrachtnemer een norm van 5 procent social return hanteert op de [x], met als toelichting voor de inkopende organisatie om daar loonsom, aanneemsom of het aantal in te zetten uren in te vullen. Het Rijk laat de grondslag dus open, en dat is bij energie juist de variabele die de uitkomst bepaalt.

Bronnen

Elke feitelijke claim op deze pagina steunt op een van deze bronnen. Staat er iets niet bij, dan hebben wij het niet kunnen bevestigen en staat het er niet. Zo controleren wij een bron, en klopt er iets niet, geef het door.

  1. MVI-criteriatool, criterium 006.013 bij de productgroep ElektriciteitRijksoverheid, MVI-criteriatool · · geraadpleegd op De opdrachtnemer hanteert voor de uitvoering van de opdracht een norm van 5% social return op de [x]. Toelichting voor de inkopende organisatie: vul op de plaats van [x] in: loonsom, aanneemsom of het aantal in te zetten uren.
  2. MVI-criteriatool, productgroepen met een onderwerp Social ReturnRijksoverheid, MVI-criteriatool · · geraadpleegd op Zes van de 44 productgroepen met een onderwerp Social Return gaan over energie en installatiewerk: Elektriciteit, Gas, Openbare verlichting, Verkeersregelinstallaties, Kabels en leidingen en Gemalen. In alle zes staan dezelfde vier criteria als in de 38 andere productgroepen.
  3. Beleidsnotitie Social Return on Investment Arbeidsmarktregio Midden-LimburgGemeente Cranendonck, via lokaleregelgeving.overheid.nl · · geraadpleegd op Voor arbeidsintensieve werken, diensten en leveringen waarbij het arbeidsdeel tenminste 30% van de totale opdrachtsom beslaat, geldt een verplichting van minimaal 5% van de opdrachtsom. Wanneer de opdracht arbeidsextensief (loonsom is minder dan 30% van de totale opdrachtsom) is de SROI-verplichting minimaal 2% van de opdrachtsom.